In maart 2013 hebben de besturen van Obase en Radar voor het eerst gesproken over de zorgwekkende ontwikkelingen op het gebied van krimp van het leerlingaantal en de bekostiging van het onderwijs. Beide organisaties hebben te maken met een leerlingendaling van meer dan 15%.

Obase en Radar zijn in het primair onderwijs op Schouwen-Duiveland de twee grootste onderwijsaanbieders met in totaal 22 schoollocaties. Obase telde op 1-10-2012 1.463 leerlingen en Radar 574 leerlingen, samen 2.037 leerlingen. Naast Obase en Radar zijn er op Schouwen-Duiveland nog drie reformatorische scholen (in totaal 447 leerlingen, de scholen maken deel uit van de Vereniging Colon), een Katholieke school (224 leerlingen, maakt deel uit van de Stichting Prisma Zeeland) en nog een PCO school (136 leerlingen, een eenpitter in de kern Bruinisse). Schouwen-Duiveland telde daarmee op 1-10-2012 in totaal 2.844 leerlingen.

Van de 22 schoollocaties van Obase en Radar hebben 15 schoollocaties minder dan 100 leerlingen, 6 schoollocaties daarvan zelfs minder dan 50. De kwaliteit van het onderwijs is momenteel goed. Alle scholen staan onder een basistoezichtarrangement bij de onderwijsinspectie. We zien echter in toenemende mate schooldirecties en leerkrachten worstelen de kwaliteit goed te houden. Het werken in een combinatiegroep met drie of soms vier jaarklassen is heel zwaar. De eisen die heden ten dage aan het onderwijs worden gesteld (datagestuurd, opbrengst- en handelingsgericht werken, passend onderwijs) vragen veel van leerkrachten. In een enkelvoudige groep of een groep met twee jaarklassen (± 28 leerlingen) is dat nog wel te doen, maar met groepen van drie of meer jaarklassen wordt dit onevenredig zwaar. Ook zijn er op een zeer kleine school minder leerkrachten beschikbaar voor alle noodzakelijke schooltaken (waaronder IB en ICT). Daarnaast is de financiering van de kleine scholen in de toekomst allerminst zeker. Deze financiële onzekerheid staat nog los van de zogenaamde stille bezuinigingen door het wegvallen van subsidies en het niet evenredig compenseren van inflatie.

Redenen genoeg voor beide schoolbesturen om met elkaar serieus in gesprek te gaan. In mei/juni 2013 hebben we een verkennend vooronderzoek verricht waarbij is ingezoomd op beide identiteiten, de visie/missie van beide schoolbesturen en de overeenkomsten en verschillen. Alle gremia zijn hierbij betrokken geweest. Deze verkenning heeft opgeleverd dat we hebben besloten een plan van aanpak op te stellen naar samenwerking. De start van het plan van aanpak was het ondertekenen van een intentieverklaring. De uitvoering van het plan van aanpak is neergelegd bij bureau Van Beekveld & Terpstra. Het plan van aanpak behelst drie fasen:

1. Strategische verkenning (augustus 2013-december 2013) 2. Uitwerkingsfase (januari 2014-zomer 2014) 3. Besluitvormingsfase(zomer 2014-december 2014)

In december 2013 is de fase van strategische verkenning afgerond en op 7 januari 2014 is het rapport aangeboden aan de toezichthouders van beide organisaties. Op 15 en 16 januari zijn de uitkomsten van het rapport kenbaar gemaakt aan de medewerkers, ouders en de GMR leden.

De strategische verkenning heeft kort samengevat de volgende denkrichting opgeleverd:

a. Om de onderwijslocaties duurzaam te maken, zal elke schoollocatie ongeveer 225 leerlingen moeten tellen. Bij deze omvang is er voor de leerkracht voldoende ondersteuning te bieden om zich op zijn kerntaak te richten. Tevens kunnen in deze omvang enkelvoudige groepen worden gevormd. Voor de leerlingen zijn er volop ontwikkelingskansen doordat er veel leeftijdsgenoten in de groep aanwezig zijn.

b. Dit betekent dat niet alle 22 locaties kunnen blijven bestaan. Hoeveel en welke locaties er overblijven, is nog niet bekend. Dit wordt de komende maanden verder onderzocht en uitgewerkt. Daarbij moeten de onderwijslocaties goed bereikbaar blijven voor ouders en kinderen.

c. In het nieuwe plan moet er iets te kiezen blijven, zowel op levensbeschouwelijk terrein als ook op onderwijskundig terrein. Er komen schoollocaties met volgende identiteiten:  openbaar;  protestants christelijk;  samenwerkende identiteiten (openbaar en protestant christelijk) in de vorm van een ‘regioschool’.

d. De huidige onderwijskundige concepten zoals Jenaplan, Dalton en Leonardo blijven bestaan. Het speciaal basisonderwijs ook.

e. De onderwijslocaties kenmerken zich verder door een concentratie van voorzieningen als vroeg- en voorschoolse educatie, voor-, tussen en naschoolse opvang, peutergroepen en kinderopvang, in de vorm van Integrale Kind Centra (IKC). Voldoende volume in leerlingaantal (225) is hiervoor noodzakelijk. Daarnaast is er ook plaats voor activiteiten vanuit de regio (dorpskernen), muziek, bibliotheek, etc.

Het plan behelst een integrale aanpak voor alle scholen van Obase en Radar met een doorlooptijd van 10 jaar. De stip op de horizon is gezet op 1 augustus 2023. Bovenstaand scenario wordt ondersteund door de toezichthouders, het bestuur, het management en de GMR van beide organisaties. Ook het college van B&W van de gemeente Schouwen-Duiveland ondersteunt het scenario..

Op dinsdag 20 mei 2014 zijn de leden van de vereniging Radar bijeen geweest. Aan hen is door management en bestuur van Radar goedkeuring gevraagd, via een Principebesluit, het bovenstaande nader uit te mogen werken. De leden hebben geen goedkeuring verleend aan dit besluit. In meerderheid werd tegen gestemd. Voorlopig zijn de gesprekken tussen Obase en Radar opgeschort tot na de herfstvakantie van 2014. Obase hoopt het overleg spoedig weer te kunnen hervatten..

Actuele informatie vindt u op www.rrrits.nl